Over Liebaarts, Leliaarts en Klauwaarts

In een conflictsituatie staan er altijd minstens twee partijen tegenover elkaar. Rond 1302 waren dat voornamelijk de Liebaarts en de Leliaarts.

Vlaams vs. Frans

Belangrijk met dit middeleeuwse conflict is te beseffen dat "Vlaams" en "Frans" niet te beschouwen zijn in hun moderne betekenissen, waar zij eerder taalgebonden zijn. Taalkwesties waren echter nauwelijks aan de orde in heel dit conflict. Zoals reeds uitgelegd staat op de pagina's rond Leven in 1302 zat het veel ingewikkelder dan dat in elkaar. Aan Vlaamse kant streden heel wat Franstaligen mee en aan Franse kant heel wat Vlamingen.

Vandaar dat voor beide woorden eerder een partijgebonden betekenis moet beschouwd worden. Onder "Vlaams" verstaan we dan de partij, die enerzijds de dynastieke belangen van het grafelijke huis verdedigde en anderzijds opkwam voor de rechten van de gewone ambachtslieden in de steden. Dit zijn met andere woorden de Liebaarts. Onder "Frans" vinden we de partij terug die enerzijds de centraliserende politiek van de Franse koning aanhing en anderzijds de belangen van de rijke poorters uit de steden verdedigde. Dit zijn dus de Leliaarts.

Liebaarts

De partijgangers van de graaf werden de Liebaarts genoemd. Het woord is een heraldische term en betekent zoveel als leeuw (luipaard). Het wapenschild van de graaf van Vlaanderen vertoont immers een klimmende zwarte leeuw op gouden (geel) veld. Het verschil tussen een luipaard en een leeuw zoals dat nu gebruikt wordt in de heraldiek was echter bijna onbestaande rond 1302 en dit onderscheid begon men dan pas te maken.

Vlaams blazoen

Wapenschild van de graaf van Vlaanderen

Aanvankelijk was het enkel de Vlaamse adel die de graaf steunde in zijn politiek. Als feodaal heerser probeerde hij zoveel mogelijk de macht van de steden te beperken. Het gemeen (gewone volk) werd pas liebaartsgezind tijdens de Franse bezetting van Vlaanderen, nadat ze merkten dat die Fransen eigenlijk helemaal niet beter waren dan de oude grafelijke administratie. Toen werd hun streven hetzelfde als dat van de graaf: Vlaanderen vrij houden van Franse overheersing.

Leliaarts

Leliaarts werden de aanhangers van de Franse koning en de Franse belangen in Vlaanderen genoemd. De naam komt van de gouden lelies op blauw veld in het blazoen van de Franse koning. De Lelie is daarenboven een veel voorkomend ornament, waarmee men graag huizen, meubels en dergelijke tooide. Het waren vooral patriciƫrs die zich verrijkten met hun handelsmonopolies en daarom niet wensten dat de graaf zich te veel bemoeide met hun zaken (en dus belastingen!). Daarom wendden zij zich rechtstreeks tot de Franse koning.

Frans blazoen

Wapenschild van de koning van Frankrijk

En Klauwaarts dan ??

Klauwaarts is een latere benaming, pas van tijdens de opstand van Gent onder de Arteveldes in de latere 14de eeuw. Tijdens de periode van de Guldensporenslag werd enkel de term Liebaarts gebruikt. De term Klauwaart verwijst eveneens naar een heraldische klauwende leeuw, maar dan in het schild van de stad Gent. Het was onder andere Hendrik Conscience die voor zijn roman "De Leeuw van Vlaanderen" de term Klauwaart veel krachtiger vond klinken en deze daarom gebruikte in plaats van het correcte Liebaart.

Hoe schrijf je dat nu eigenlijk ?

Liebaarts, Liebaerts, Liebaerds, Liebaards, Libaerts,... Klauwaerts, Clauwaerts, Clauwaarts,... maak zelf je keuze. Tijdens de middeleeuwen lagen de spellingsregels zoals wij die nu kennen nog niet vast. Elke schrijver schreef zoals het hem aangeleerd was en soms zoals hij zelf dacht dat het beste was. Met andere woorden: elke schrijfwijze is in principe correct te noemen.

Wij kozen voor onze vereniging de spelling "Liebaart" met dubbele A en met een T. Zo kunnen we het onderscheid maken met de nog steeds bestaande familienaam Liebaert. Ook kozen we zo voor een gewild moderne spelling, om toch duidelijk te maken dat we mensen van het heden zijn, alhoewel we dikwijls in het verleden vertoeven.

einde

Meer info over de tegenstellingen tussen Liebaarts en Leliaarts kan u o.a. terug vinden in :
W. PREVENIER, Motieven voor Leliaardsgezindheid in Vlaanderen in de Periode 1297-1305, Kortrijk, 1977.
J.F. VERBRUGGEN, Liebaards en Leliaards onder de Poorters van Brugge in 1297 en in 1302, Kortrijk, 1978.