Voor de Slag

Het Franse leger, onder leiding van Robert van Artois, trok einde juni 1302 samen rond Atrecht om op te rukken naar Vlaanderen en daar de Goede Vrijdag van Brugge te wreken. Het Vlaamse leger had zich geconcentreerd rond Kortrijk om daar het koninklijk kasteel te belegeren. Kortrijk was de poort naar Vlaanderen voor Frankrijk, dus was het van het hoogste belang deze stad volledig in handen te hebben. Dit werd ook zo begrepen door het Franse leger dat vervolgens oprukte naar deze stad.

Het Vlaamse Leger

De kern van het Vlaamse leger bestond uit de effectieven die de stad Brugge lichtte. Alles bij elkaar leverde de stad zo een 3.000 man, onder leiding van Willem van Gulik. De meerderheid bestond uit ambachtslieden die lid waren van de stadsmilitie. Het Brugse Vrije (Brugs ommeland) en Kust Vlaanderen leverde ongeveer 2.500 man en werd geleid door Gwijde van Namen. Uit Oost-Vlaanderen kwamen eveneens 2.500 man, waarvan zo een 700 Gentenaren onder leiding van Jan Borluut. Tenslotte had de stad Ieper 500 soldeniers gestuurd en werd er een reserve opgesteld van nog eens 500 man, onder leiding van Jan van Renesse. Alles bij elkaar dus ongeveer 9.000 strijders. Hiervan zijn er een 400tal edelen. Het grootste kenmerk van dit leger is dat het bijna volledig te voet zal vechten.

Het Franse Leger

Het leger dat de Franse koning op Vlaanderen af stuurde was het beste dat ooit werd samengesteld. Ongeveer 2.500 edele ruiters (zowel ridders als edelknapen) vormden de kern. Deze werden aangevuld met 1.000 kruisboogschutters, 1.000 bidauts (soldaten met lange lans) en 2.000 andere lichte soldeniers. Dit geeft een totaal van ongeveer 6.500 strijders, ingedeeld in tien bataelgen. Dat lijkt een minderheid, maar het Franse leger was kwalitatief veruit de meerdere van het Vlaamse. Een ridder gold immers als evenveel waard dan tien soldeniers te voet.

Opstelling van de legers

Het Franse leger komt op 8 juli aan bij Kortrijk. Ze slaan hun kamp op en proberen tijdens de twee volgende dagen de stad zelf aan te vallen. Deze pogingen halen evenwel niets uit en een veldslag dringt zich op. Het Vlaamse kamp staat opgesteld oostelijk van de stad en ook de Franse bezetters van het kasteel duiden deze vlakte aan als meest aangewezen voor de slag.

In het Franse kamp wordt krijgsraad gehouden. Sommige baanderheren hebben twijfels bij een klassieke rechtstreekse aanval. Ze prefereren te wachten om de Vlamingen uit te putten en uit te dagen zelf aan te vallen. Het terrein is immers niet gunstig voor een charge te paard. De meerderheid der Franse heren wil echter hun eer hoog houden en de aanval wagen, om dit legertje van boeren en handwerklieden een lesje te leren.

In de vroege ochtend van 11 juli 1302 begint het Franse leger haar aanvalsstelling in te nemen. Van de tien bataelgen worden drie grote corpsen gevormd. Telkens twee corpsen van vier bataelgen zullen de aanvalsgolven vormen, het derde corps van de overige twee bataelgen vormt de reserve.

Ook in het Vlaamse kamp treft men de voorbereidingen tot de slag. Drie grote groepen stellen zich op in gevechtsformatie op een afstand van de twee beken die het Vlaamse front scheiden van de Franse aanvallers. Dit zijn respectievelijk de Bruggelingen, de West-Vlamingen en de Oost-Vlamingen. De reserve bestaat uit de Ieperlingen die in de eerste plaats het kasteel bewaken, en tenslotte de mannen van Renesse.

Opstelling van de legers op het Groeningeveld
Opstelling van de legers op het Groeningeveld.
Legende
Vlaanderen Frankrijk
B: Brugge Bu: Burlats L: Lorreinen
W: West-Vlaanderen en Brugse Vrije Br: Brabant A: Artois
O: Oost-Vlaanderen N: Nesle S: Saint-Pol
Y: Ieper NT: Nesle en Trie Eu: Normandie
R: Reserve (Renesse) C: Clermont P: Saint-Pol en Boulogne
Puntenlijnen: Kruisboogschutters en ander voetvolk

Van 's morgens vroeg beginnen de legers aan hun opstelling. De manschappen gaan te biechten en de aanvoerders houden toespraken met instructies. Aan de Vlamingen wordt verboden buit te rapen tijdens de slag, of zelfs van gevangenen te maken. Dit laatste is zeer ongebruikelijk in middeleeuwse oorlogsvoering. Het betekent dat de strijd zonder genade en dus bijzonder bloedig zal verlopen. De Vlamingen vochten trouwens voor het behoud van hun vrijheid, en vooral voor hun lijf en leden. Ze hadden zelf ook geen genade te verwachten van de Fransen indien deze zouden overwinnen.

Tenslotte worden in het Vlaamse leger nog een veertigtal mensen tot ridder geslagen, waaronder Pieter de Coninck en twee van zijn zonen. De legers zijn klaar, de mannen staan op scherp, Net voor het middaguur begint de strijd.

Naar boven.
Terug naar begin van de pagina.

Volgende pagina.
Naar de volgende pagina.

Vorige pagina.
Naar de vorige pagina.


























Email
Email ons!
Look at this page in English language.


Copyright op tekst, beelden en foto's bij Joris de Sutter, tenzij anders vermeld.
Deze informatie wordt ter beschikking gesteld door De Liebaart en werd laatst vernieuwd op 30 Maart 2001.