De Slag zelf

De legers waren reeds vroeg in de ochtend begonnen met hun opstelling. Dit nam aardig wat tijd in beslag, zeker langs de kant van het Franse leger waar de ridderscharen meer tijd nodig hadden om in hun uitgangspositie te manoeuvreren.

Strijd der Kruisboogschutters

Aan Vlaamse kant hadden de kruisboogschutters zich opgesteld net achter de beken. Ze waren enigszins beschermd door hun grote schilden (de targen), die gedragen werden door hun knechten. Het Franse voetvolk trekt eerst ten aanval. Ook hier gingen de kruisboogschutters vooraan.

Rond het middaguur barst de strijd los. Langs beide zijden worden pijlen afgeschoten, echter met zeer matig succes. Na verloop van tijd geraken de Vlaamse schutters zonder pijlen en wordt de druk van de Fransen te groot. Ze wijken achteruit, naar de eigen linies toe. Al terugtrekkend snijden ze de pezen van hun kruisbogen door en smijten deze op de grond, om daardoor de charge van de ridders te paard te bemoeilijken.

Het Franse voetvolk rukt verder op en begint de beken over te steken. De Franse bevelvoerders begrijpen dat hierdoor de aanval van de ridderscharen sterk bemoeilijkt kan worden en geven bevel aan het voetvolk van zich terug te trekken. Bijna onmiddellijk daarop wordt het signaal tot de aanval voor de ridders gegeven.

De Franse linkervleugel valt aan

Copyright Koninklijke Bibliotheek Brussel, Ms. 5, fol. 329
Voorstelling van de Guldensporenslag in de "Grandes Chroniques de France", begin 14de eeuw.

Het linker legercorps gaat net iets eerder in de aanval dan het rechter corps. Dit is het corps van Maarschalk Raoul de Nesle. Het Franse voetvolk kan voor het grootste deel vermijden van onder de voet gelopen te worden door deze aanval. Het is een mythe dat de Franse ridders zonder omzien in hun eigen voetvolk inreden en mede daardoor de nederlaag leden.

De Franse ridders hebben wel moeite om de ongeveer drie meter brede Grote Beek over te geraken. De meesten echter lukt dit zonder al te veel problemen. Wat wel een probleem vormt is dat de aanval geen snelheid meer heeft. Eens over de beek moeten de scharen terug gevormd worden naar de aanvalspositie en de aanloop opnieuw genomen. De afstand tot aan de Vlaamse linie is nu echter te kort om genoeg snelheid te halen.

De Vlamingen staan dicht opeen gepakt, acht rijen diep. De eerste linie heeft afwisselend een man met een lans of piek en een man met een goedendag. De mannen met de piek planten deze stevig in de grond om de schok van de charge op te vangen. De mannen met de goedendags heffen hun zware wapens om ze te laten neerkomen op de koppen van de paarden of op de ridders.

Op deze muur van pieken en goedendags stormen de Franse ridders af. Met donderend geraas komen zij aanzetten en storten zich op de Vlamingen. Maar de muur wijkt niet! Slechts hier en daar weten een paar ridders dieper in de linie door te breken, doch daar worden zij onmiddellijk opgevangen door de achterste gelederen en in de pan gehakt. Een grote doorbraak komt er niet.

De aanval van de rechtervleugel

Het rechter legercorps van het Franse ridderleger trekt blijkbaar iets rustiger ten aanval. Hun overschrijding van de Groeningebeek verloopt veel ordelijker. Toch lukt het ook hier niet van een grote doorbraak te forceren. De Vlaamse linie houdt stand.

Op het moment van de aanval van de Franse ridderscharen probeert ook het Franse garnizoen in de burcht van Kortrijk een aanval te wagen. Hier houdt de Ieperse stadsmilitie, bijgestaan door de Kortrijkse, deze ridders tegen en verhindert zo dat het Vlaamse leger in de rug wordt aangevallen. De uitval wordt een mislukking.

In het centrum van de Vlaamse linie, waar de mannen van het Brugse Vrije en Kust-Vlaanderen opgesteld staan, dreigen de Fransen door te breken. Hier hadden zij immers meer ruimte om een goede charge uit te voeren. De Franse ridders kunnen daar steeds dieper in de linies doordringen en het front dreigt te bezwijken. De reserve onder Jan van Renesse komt snel ter hulp en werpt de vijand terug. De linies worden hersteld.

Over heel de frontlijn woedt nu een hevig handgemeen en wordt strijd geleverd op korte afstand. De Franse ridders hebben hun grote voordeel verloren. De goedendags doen hun verschrikkelijke werk en komen zonder genade neer op ruiters en paarden. De Vlaamse gemeentenaren beginnen nu ook zelf naar voor te dringen.

De Vlaamse Zege

De graaf van Artois had nog niet deel genomen aan de algemene charge, maar merkte wel dat zijn ridderscharen dreigden te worden terug geworpen. Daarop trekt ook hij ten aanval om een nederlaag af te wenden. Op zijn prachtige paard gezeten komt hij zonder moeite de Groeningebeek over en dringt diep door in de Vlaamse rangen. Hij weet zelfs een stuk uit de grote banier te scheuren maar ook hij gaat ten onder aan de woede van de Vlaamse soldeniers.

Met het sneuvelen van hun opperbevelhebber valt het doek over de Franse aanval. De Vlamingen zijn opgerukt tot aan de beken en de Franse ridders die nog niet gesneuveld zijn proberen met de moed der wanhoop te vluchten. De Vlamingen laten niet begaan en het wordt een ijselijke slachting. Het door de Fransen en Leliaarts verachte Vlaamse voetvolk neemt weerwraak.

Copyright Koninklijke Bibliotheek Den Haag KA XX, fol. 214r.
De strijd werd gevoerd zonder genade.

De Franse achterhoede met de twee overgebleven bataelgen hangt het schild op de rug en vlucht weg. Ook het Franse voetvolk probeert zich uit de voeten te maken, maar velen worden door de Vlamingen ingehaald en genadeloos afgemaakt. Enkele Brabanders die met de Fransen meevochten proberen van kamp te wisselen en roepen nu ook "Vlaanderen de Leeuw", maar Gwijde van Namen geeft bevel al wie sporen draagt te doden. De vluchtenden worden tot meer dan 10 kilometer van het slagveld achtervolgd. De Vlaamse zege is compleet!

Na de slag

De strijd heeft een volle drie uur geduurd. Het slagveld ligt bezaaid met lijken van mensen en paarden. De Florentijn Villani schreef later dat "het een bijna onmogelijke gebeurtenis was". Het prachtigste leger van Europa is verslagen en de tol is zeer zwaar aan Franse kant. Opperbevelhebber Robert van Artois, maarschalk Raoul de Nesle en zijn broer Gui, Godevaart van Brabant (broer van Hertog Jan I), Jean de Burlats, Renaud de Trie, de graaf van Aumale, de graaf van Eu, de heer van Tancarville, Pierre Flote, Jacques de Châtillon, de zoon van de graaf van Henegouwen,... allen gesneuveld. De Franse adel verliest een zestigtal baronnen en heren, honderden ridders en meer dan duizend schildknapen.

De Vlamingen houden 's nachts wacht op het slagveld. Een slag is immers pas gewonnen als het victorieuze leger haar stelling tot de volgende dag kan houden. De volgende dag wordt de buit verzameld. Op het slagveld worden naast de dure wapenrustingen van de verslagen ridders ook nog een vijfhonderdtal paar gulden sporen geraapt. Dit geeft de slag haar moderne naam. Slechts ridders mochten vergulde sporen dragen, schildknapen droegen gewone of hoogstens verzilverde sporen. Ook de Franse tros komt bijna volledig in Vlaamse handen.

Reeds zeven dagen na de overwinning wordt paus Bonifacius VIII te Rome midden in de nacht gewekt om hem het nieuws mee te delen. Voor de eerste maal in de geschiedenis verslaat een leger van voetvolk een leger van ridders. Dank zij dit feit en de politieke voorgeschiedenis is de Guldensporenslag een der roemrijkste wapenfeiten uit de geschiedenis.

Dank zij deze slag kon Vlaanderen zijn zelfstandigheid behouden en werd het weer een graafschap. De Franse opmars werd gestopt en mede daardoor werd veel later de vorming van de staten België en Nederland mogelijk. De mannen in Kortrijk vochten voor hun "Patria Flandrensis" en zorgden dat niet enkel Vlaanderen maar heel de Nederlanden behoed werden voor de roemloze ondergang.

Naar boven.
Terug naar begin van de pagina.

Volgende pagina.
Naar de volgende pagina.

Vorige pagina.
Naar de vorige pagina.


























Email
Email ons!
Look at this page in English language.


Copyright op tekst, beelden en foto's bij Joris de Sutter, tenzij anders vermeld.
De eerste miniatuur komt uit "Grandes Chroniques de France", Copyright Koninklijke Bibliotheek Brussel, Ms. 5, fol. 329
De tweede miniatuur komt uit "Spiegel Historiael", Jacob van Maerlant, Copyright Koninklijke Bibliotheek Den Haag KA XX, fol.214r.
Deze informatie wordt ter beschikking gesteld door De Liebaart en werd laatst vernieuwd op 30 Maart 2001.