Oorsprong van het Conflict

Tijdens de late dertiende eeuw was het graafschap Vlaanderen een der rijkste gebieden van Europa. De graaf was slechts in naam leenman van de koning van Frankrijk. In werkelijkheid voer hij een eerder onafhankelijke koers en was hij een der invloedrijkste heren van zijn tijd. Maar elke medaille heeft zijn keerzijde. De rijkdom van het graafschap wekte de hebzucht van de Franse koning op, die Vlaanderen graag bij zijn kroondomein wilde voegen.

De graaf in de hoek geduwd.

Filips IV de Schone van Frankrijk was het petekind van Gwijde van Dampierre, maar dit belette hem niet om de graaf met alle mogelijke middelen tegen te werken. Zijn bedoeling was de politieke positie van de Vlaamse graaf zodanig te verzwakken, dat hij hem op de duur opzij zou kunnen schuiven, om zelf rechtstreeks de heerschappij over Vlaanderen te kunnen uitoefenen. De koning deed dit door afwisselend de patriciërs en het gemeen gunsten en rechten toe te staan die geen rekening hielden met de politieke verantwoordelijkheden van de graaf. Ook voerde hij een munthervorming door die het recht van de graaf om zelf munt te slaan negeerde. Daarbij installeerde hij in de grote steden Franse "gardiators" of toezichters die moesten toezien op het beleid van de graaf, niets minder dan een rechtstreekse inmenging.

Ruiterzegel van graaf Gwijde van Dampierre
Het ruiterzegel van graaf Gwijde van Dampierre van Vlaanderen, rond 1280

De protesten van Gwijde tegen deze maatregelen werden genegeerd door Filips en het werd de graaf geweigerd voor zijn "Pairs" of gelijken (een speciaal gerechtshof met de twaalf hoogste leenmannen van de Franse kroon) te verschijnen om zijn zaak te bepleiten.

Vlaanderen bezet

Frankrijk was reeds sinds 1294 in oorlog met Engeland. Op 7 januari 1297 sloot Gwijde van Dampierre een verbond met de Engelse koning Edward I. Twee dagen later zegde hij zijn leenmanschap ten opzichte van Filips IV op. Frankrijk reageerde door een leger naar Vlaanderen te sturen. Op 20 augustus 1297 werd in Bulskamp bij Veurne slag geleverd tussen dit leger en een inderhaast bijeengeraapt Vlaams leger. De Vlamingen werden verslagen en de Fransen rukten verder op. Acht dagen later landde Edward I in Sluis met een klein hulpleger en trok naar Gent, waar de graaf op dat moment verbleef. In de loop van september slaagden de Fransen er in om onder andere Rijsel en Brugge te veroveren. Bij de wapenstilstand die in oktober werd gesloten was half Vlaanderen bezet door de Fransen.

In maart 1298 keerde Edward I terug naar Engeland na rellen met de plaatselijke bevolking van Gent. Zijn tussenkomst was uiteindelijk nutteloos. Eind juli van hetzelfde jaar sloot Edward terug vrede met de Franse koning, in weerwil van zijn verdrag met Gwijde van Dampierre.

Op zes januari 1300 liep de wapenstilstand ten einde. Het Franse leger zette zijn veldtocht onder Karel van Valois verder en begon de rest van Vlaanderen te veroveren. Graaf Gwijde, uitgeput op een leeftijd boven de 70 jaar, droeg de macht over aan zijn oudste zoon Robrecht van Bethune. Begin mei 1300 viel met Ieper de laatste Vlaamse stelling en Vlaanderen capituleerde. Gwijde, Robrecht en verscheidene andere Vlaamse ridders werden gevangen gezet in Frankrijk. Jacques de Châtillon de Saint-Pol werd tot landvoogd van Vlaanderen benoemd. Vlaanderen maakte nu deel uit van het Franse kroondomein.

De koning in Vlaanderen

Een jaar later, in mei 1301, kwam Filips IV de Schone zijn nieuwe gebieden bezoeken en hield hij blijde intredes in de voornaamste steden. In de grootste stad ten noorden van Parijs, Gent, heerste er onder het gemeen grote onvrede over een belasting op de dagelijkse verbruiksgoederen, het ongeld. Deze belasting werd voornamelijk geheven om de zware stadsschulden aan te zuiveren. Bij de intrede van de koning vroeg het volk de afschaffing van deze belasting, wat door Filips in het vuur van het prachtige feest dat ter zijner ere werd gehouden, werd toegestaan. Dit was zeer tegen de zin van het patriciaat. In Brugge wilde het patriciaat dit gebeuren uiteraard vermijden en dus verboden zij het gemeen van eender welk verzoek in deze zin te verwoorden, op straffe van de dood. Het gevolg was dat bij de intrede van de koning in Brugge het volk stil en ontevreden langs de kant van de weg stond, wat de koning ten hoogste verwonderde. Ondertussen hadden de patriciërs kosten noch moeite gespaard om de koning in alle luister, pracht en praal te ontvangen. Het ontlokte aan de Franse koningin de commentaar dat hoewel zij dacht alleen de koningin te zijn, blijkbaar elke vrouw in Vlaanderen zich koningin achtte. Zo rijkelijk waren de mensen gekleed.

Grafmonument van Filips IV in Saint-Denis, Frankrijk
Het grafmonument van koning Filips IV de Schone in Saint-Denis, Frankrijk

Bij het vertrek van de koning uit Vlaanderen was het politieke klimaat in het voormalige graafschap niet veel veranderd. De tegenstelling tussen de Leliaarts en de Liebaarts bestond nog steeds en was zelfs verscherpt. Het rijke patriciaat, dat voor het overgrote deel tot de kant van de Leliaarts behoorde, kon zich door de vernieuwde Franse heerschappij nog meer verrijken. De eerder arme volksklasse en de ambachten die tot de partij van de Liebaarts behoorden zagen zich nog meer uitgebuit. Een opeenvolging van gebeurtenissen zou de directe aanleiding geven tot een rechtstreekse confrontatie tussen beide partijen.

Naar boven.
Terug naar begin van de pagina.

Volgende pagina.
Naar de volgende pagina.

Vorige pagina.
Naar de vorige pagina.


























Email
Email ons!
Look at this page in English language.


Copyright op tekst, beelden en foto's bij Joris de Sutter, tenzij anders vermeld.
Het zegel van Gwijde komt uit "Brugge tegen Filips de Schone 1280 - 1309", A. Schouteet en Jos De Smet
De foto van Filips komt uit "Het Grafelijk Geslacht Dampierre en zijn Strijd tegen Filips de Schone", Theo Luykx
Deze informatie wordt ter beschikking gesteld door De Liebaart en werd laatst vernieuwd op 25 Augustus 2003.