De Hoofdrolspelers

Elk conflict in de geschiedenis heeft zijn grote figuren die een rol van betekenis gespeeld hebben. Rond de Guldensporenslag is dat niet anders. Deze pagina geeft een kleine beschrijving van die mensen.

Gwijde van Dampierre, Graaf van Vlaanderen

Gwijde was niet voorbestemd om graaf van Vlaanderen te worden. Bij het overlijden van zijn oudere broer werd hij echter alsnog klaargestoomd voor deze taak. Hij werd graaf in 1250 en gedroeg zich als typisch feodaal heer. Onder zijn regering bereikten de steden hun absolute toppunt van macht. Zij duldden nog maar weinig inmenging van de graaf in hun aangelegenheden.

Gwijde droeg einde 1299 de macht over aan zijn oudste zoon Robrecht van Bethune, juist voor de hervatting van de strijd met de Franse bezetter. Daarna kwam hij in Frans gevangenschap samen met zijn zoon. Hij stierf in zijn gevangenis in Frankrijk in 1305, na in 1304 nog even in Vlaanderen terug te zijn gekeerd.

Robrecht van Bethune

Voor 1300

Na 1299
Voor 1300
Na 1299
Als zoon van Gwijde van Dampierre verschilde hij niet zoveel van zijn vader in politiek opzicht. Ook hij trachtte in de eerste plaats zijn eigen positie veilig te stellen en dacht pas daarna aan de belangen van zijn volk. Robrecht nam het bestuur van het graafschap reeds over in november 1299, vijf jaar voor het overlijden van Gwijde van Dampierre. De "Leeuw van Vlaanderen" sprak naar alle waarschijnlijkheid geen Vlaams. Robrecht van Bethune was een goed krijgsman die zijn sporen verdiend had tijdens de laatste kruistocht. In 1300 ging hij samen met zijn vader en tientallen edelen in krijgsgevangenschap in Frankrijk. Ondanks romantische verhalen achteraf was Robrecht zeker niet aanwezig bij de Guldensporenslag want hij kwam pas vrij in 1305. Hij stierf in 1325.

Willem van Gulik (de Jongere)

Toen de nog in vrijheid zijnde zonen van Gwijde van Dampierre in 1301 aan Willem van Gulik vroegen van de opstand in Vlaanderen te helpen leiden was hij onmiddellijk daartoe bereid. Van moederskant was hij een kleinzoon van de graaf van Vlaanderen, en zijn grootvader was de graaf van Gulik. Omdat hij niet in aanmerking kwam voor wereldlijke titels was hij geestelijke geworden. Hij was proost van Maastricht en bekleedde ook een functie in Luik. Er was hem zelfs de aartsbisschoppelijke troon in Keulen beloofd. Toch hield hij meer van wereldlijk vermaak en voelde hij zich meer krijgsman. In 1302 was hij ongeveer 25 jaar oud en een bijzonder knappe verschijning. Het volk in Vlaanderen aanvaardde hem zonder meer als hun leider en hij werd tot ruwaard van Vlaanderen benoemd.

In de strijd ging hij steeds vooraan. Hij leidde de Bruggelingen tijdens de Guldensporenslag. Tijdens de Slag op de Pevelenberg in 1304 drong hij diep door in de vijandelijke rangen, maar dit werd hem uiteindelijk ook fataal. Zijn lichaam werd echter niet gevonden. Dit voedde de legende dat hij ooit zou terug keren om Vlaanderen weer naar de overwinning te leiden op het moment dat dit het meest nodig zou zijn.

Pieter de Coninck

Pieter was een arme en eenvoudige wever uit Brugge (en niet de deken van zijn ambacht zoals dikwijls verkeerd gedacht wordt), die al reeds rond de veertig jaar oud was rond 1300. Hij had echter een grote gave: de welbespraaktheid. Hij kon zijn toehoorders zodanig motiveren dat zij hem overal zouden volgen. Hierdoor werd hij al snel de leider van de volksklasse en stond hij mee aan de wieg van de volksopstand. Het was vooral dank zij hem dat de opstand onder het volk zo algemeen kon zijn. Als dank voor zijn diensten werd hij net voor de Guldensporenslag tot ridder geslagen. Later bekleedde hij een schepenambt in Brugge en bleef hij de verdediger van de belangen van zijn volksklasse.

Gwijde van Namen, Graaf van Zeeland

Een van de jongste zonen van graaf Gwijde van Dampierre uit diens tweede huwelijk. Hij werd door zijn oudere broer Jan van Namen naar Vlaanderen gezonden om samen met Willem van Gulik en Pieter de Coninck de Vlaamse opstand te gaan leiden. Hij leidde de troepen van Westelijk Vlaanderen in de Guldensporenslag. Bij de zeeslag van Zierikzee op 11 Augustus 1304 wordt hij gevangengenomen.

Jan, Graaf van Namen

Sinds 1298 was deze oudste zoon uit het tweede huwelijk van Gwijde van Dampierre graaf van Namen geworden. Sinds zijn vader en oudere broers door de Fransen gevangen genomen waren, wachtte hij op het geschikte moment om de familiale belangen in Vlaanderen te herstellen. Dat kwam met de opstand van Brugge in mei 1302. Hij zond daarop zijn broer Gwijde van Namen naar Vlaanderen om de militaire leiding te verzekeren. Na de zege in Kortrijk werd hij tijdelijk benoemd tot ruwaard van Vlaanderen.

Jan van Renesse

Deze ridder uit Zeeland lag in onvrede met zijn heer, de graaf van Holland. Deze laatste was ook de erfvijand van de graaf van Vlaanderen, dus Jan van Renesse kon door zich aan de Vlamingen te verhuren ook zijn eigen zaak goed doen. Hij werd beschouwd als een van de bekwaamste ridders van zijn tijd. Daarom werd hem de algemene militaire leiding van de Guldensporenslag toevertrouwd. Hij voerde ook het reservekorps aan in Kortrijk.

Hendrik van Lontzen


Hendrik van Pietersheim


Goswin van Gossenhoven


Boudewijn van Popperode


Robrecht van Leeuwergem


Otto van Steenhuyse


Diederik van Hondschote


Rogier van Rijsel


Jan Borluut


Willem van Boenhem


Filips van Axel





Filips IV de Schone, Koning van Frankrijk

Hij was kleinzoon van de heilige Lodewijk en is koning van Frankrijk geworden in 1285, op zeventien jarige leeftijd. Zijn ambitie was niet klein: alleenheerser zijn in een oppermachtig Frankrijk. En daar vormden zijn leenmannen een hinderpaal. Zo ook de Vlaamse graaf, zijn peetvader, die tevens over een zeer rijk graafschap heerste. Vlaanderen inpalmen werd een prioriteit voor Filips.

Hij was zelf niet aanwezig bij de Guldensporenslag, maar wel bij de Slag bij de Pevelenberg in 1304. Daar drong Willem van Gulik met zijn mannen al vechtend diep door in het Frans kamp en volgens de legende dronk hij in de tent van de koning uit diens beker. Filips ontsnapte ternauwernood aan de dood, dank zij zijn lijfwacht die hem zijn wapenkleed van het lijf rukte, zodat hij niet herkend kon worden. Uiteindelijk moest hij afzien van zijn plannen om Vlaanderen in te lijven bij zijn koninklijke domeinen.

Robert, Graaf van Artois

Hij gold als de beste Franse ridder en aanvoerder van zijn tijd. Daarom kreeg hij de leiding over het leger dat in 1302 naar Vlaanderen trok. Hij had tijdens zijn jeugd een aantal jaren in Kortrijk gewoond en kende daardoor waarschijnlijk goed het slagveld. Dit heeft hem nochtans niet kunnen helpen op 11 juli 1302. Toen hij zag dat de Franse ridders dreigden te worden terug geworpen ging hij zelf ook ten aanval, op zijn prachtige strijdros Morel. Zijn aanval was dusdanig krachtig dat hij diep in de Vlaamse rangen doordrong en volgens de legende ook een stuk uit de Vlaamse banier wist te scheuren. Hierop werd hij echter door lekebroeder Willem van Saeftinghe van de abdij Ter Doest neergeslagen. Eveneens volgens de legende smeekte hij het leven van zijn paard te sparen. Tevergeefs, want die legende verhaalt verder dat de Vlamingen die hem aanvielen hem toe sneerden dat ze zijn Waals (Frans) niet verstonden. Hij is samen met zijn paard en honderden Franse ridders gesneuveld.

Jacques de Châtillon sur Marne, Heer van Leuze

Broer van de graaf van Saint-Pol en oom van de Franse koningin Johanna van Navarra. Hij was een typisch Frans ridder die weinig of geen voeling had met de volksklasse. Hij wordt in Juni 1300 door de Franse koning aangesteld als landvoogd over Vlaanderen. Zijn grote gebrek was dat hij de Vlaamse politieke situatie volledig verkeerd inschatte. Hij was niet gewoon aan de traditie van vrijheid en zelfstandigheid van de Vlaamse steden, die veel rijker en machtiger waren dan eender welke Franse stad. Door zijn misprijzen van het gemeen wist hij zich enkel de haat van het volk op zijn hals te halen en droeg hij wezenlijk bij tot het mislukken van de integratie van Vlaanderen in Frankrijk. Op 18 Mei 1302 kon hij maar net ontsnappen aan de slachting te Brugge door zich ironisch genoeg als eenvoudig man te vermommen. Maar uiteindelijk zou ook hij sneuvelen in Kortrijk op 11 Juli 1302.

Pierre Flote, Heer van Ravel

Jurist, koninklijk ridder en lid van het koninklijk hof als eerste minister. Hij had het volledige vertrouwen van koning Filips de Schone en hij wendde al zijn kennis, macht en invloed aan om de grootsheid en het absolutisme van de Franse koning te benadrukken. Het is grotendeels aan de juridische steekspelen van Pierre Flote te danken dat de Vlaamse graaf uiteindelijk geen uitweg meer zag uit de hem opgelegde verplichtingen en beschuldigingen. Hij was aanwezig in Kortrijk op 11 Juli, omdat hij persoonlijk die weerspannige lieden van Vlaanderen eens een lesje wilde leren. Het mocht echter niet zijn, want ook hij sneuvelde.

Karel, Graaf van Valois en Anjou, broer van koning Filips

Jongere broer van de koning van Frankrijk. Hij leidde het Franse leger dat in 1297 Vlaanderen binnen viel nadat graaf Gwijde zijn leentrouw opgezegd had. Tot 1300 had hij de militaire leiding van de Franse troepen in Vlaanderen. Gwijde van Dampierre gaf zich aan hem over in mei 1300.

Guy de Châtillon sur Marne, graaf van Saint-Pol
Kon ontsnappen.


Robert, graaf van Auvergne en Boulogne
Kon ontsnappen.


Lodewijk, zoon van de graaf van Clermont
Kon ontsnappen.


Raoul de Clermont en Beauvaisis, Heer van Nesle, Constabel van Frankrijk
Gesneuveld.


Simon de Melun, Heer van La Loupe en Marcheville, Maarschalk van Frankrijk, Seneschalk van Limousin, Quercy en Périgord
Gesneuveld.


Guy de Clermont en Beauvaisis et de Nesle, Heer van Breteuil, Maarschalk van Frankrijk
Gesneuveld.


Jean de Ponthieu, graaf van Aumale
Gesneuveld.


Jean de Brienne, graaf van Eu
Gesneuveld.


Jean de Burlats, Seneschalk van Guyenne, Grootmeester van de Kruisboogschutters
Gesneuveld.


Jean de Trie, graaf van Dammartin
Gesneuveld.


Renaud de Trie, Heer van Vaumain
Gesneuveld.


Mathieu de Trie, Heer van Fontenay-en-Vexin, broer van Renaud de Trie
Gevangen genomen.


Godevaart van Brabant, Heer van Aarschot, oom van Hertog Jan II van Brabant
Gesneuveld.


Arnold van Wesemael, Maarschalk van Brabant
Gesneuveld.


Jan van Henegouwen, graaf van Ostrevant, zoon van graaf Jan van Henegouwen en Holland
Gesneuveld.


Robert de Tancarville, Kamerheer van Normandië
Gesneuveld.


Raoul, zoon van de graaf van Soissons
Gesneuveld.


Godfried, zoon van de graaf van Boulogne
Gesneuveld.


Godfried, Heer van Aspremont en Quiévrain
Gesneuveld.


Raoul de Flament, Heer van Cany en Verpilliers
Gesneuveld.


Thomas de Coucy,
Gesneuveld.


Naar boven.
Terug naar begin van de pagina.

Volgende pagina.
Naar de volgende pagina.

Vorige pagina.
Naar de vorige pagina.


























Email
Email ons!
Look at this page in English language.


Copyright op tekst, beelden en foto's bij Joris de Sutter, tenzij anders vermeld.
Deze informatie wordt ter beschikking gesteld door De Liebaart en werd laatst vernieuwd op 25 Februari 2003.