Middeleeuws Aardewerk

Een middeleeuwse keuken kan niet zonder…

Nummer 1 in de hitparade van materialen in de middeleeuwse keuken is aardewerk. Je hebt het in verschillende soorten en wordt zowel lokaal geproduceerd als ingevoerd uit onze buurlanden. Aardewerk wordt steeds gemaakt uit klei. Aardewerk wordt in de eerste plaats gebruikt om vloeistoffen en vaste ingrediënten op te slaan, maar dient ook als eet- en drinkgerei en wordt zelfs gebruikt om in te koken. Steelpannen en grapen (kleine stoofpotten) worden in de hete as geplaatst en kunnen zo voldoende heet worden om in te bakken of te koken.

Grape in grijs aardewerk
Een kookkan in grijs aardewerk.

Als je aan levende geschiedenis doet, kan je niet zonder. Hier heb je onze kant-en-klaar tips voor het verwerven van aardewerk:

  • Een voorwerp is in de eerste plaats functioneel. Een grote kookkan met een smalle opening is alleen maar vervelend. Zulk een kan hoort een grote opening te hebben. Ga steeds na of het voorwerp wel praktisch is en of onze voorouders het zouden gebruikt hebben.
  • Bekijk de vorm. Niet een keer, maar tien keer. Denk of de vorm zou kunnen passen in de middeleeuwen. Vergelijk de vorm met de illustraties die je hier en daar in boeken terugvindt. Bij erg veel middeleeuwse voorwerpen is de bodem niet vlak afgewerkt, in tegenstelling tot wat vandaag gangbaar is. Hou hier rekening mee.
  • Glazuur werd spaarzaam gebruikt, en in veel gevallen alleen aan de binnenkant. Vermijd felle kleuren, moderne tekeningen en andere glazuurpatronen die aan onze moderne tijd doen denken.
  • Het merendeel van de recipiënten was in aardewerk. Je kan er dus nooit genoeg hebben.
  • Vermijd natuurlijk reclame, opdrukken, vilten voetjes, en andere tekenen van de 20ste eeuw.

Grijs en rood aardewerk

Het grijze en rode aardewerk wordt van dezelfde klei gemaakt. Als je het in een oven zonder zuurstof bakt, wordt het grijs. Voeg je wel zuurstof (lucht) toe in de oven, dan oxideert de klei en wordt hij rood. De baktemperatuur ligt laag en overschrijdt de 1100 graden niet. Grijs aardewerk werd in de middeleeuwen niet geglazuurd, rood aardewerk wel. Als glazuur werd meestal gekozen voor een kleurloze laag loodglazuur. Het glazuur geeft het rode aardewerk een diepe, donkere kleur en zorgt ervoor dat het veel minder waterdoorlatend wordt. Je kan het nog het best vergelijken met een ingebakken glaslaag. Glazuur is relatief duur en dus in de eerste plaats functioneel. Daarom zie je zeer vaak dat alleen de binnenzijde van de pot geglazuurd is. Aan de buitenkant is het niet echt nodig maar komt het soms toch voor als versiering. Rood en grijs aardewerk vind je terug bij de meeste gebruiksvoorwerpen. Bekers, steelpannen, kommen, kruiken, vrijwel alles bestaat in deze soort.

Enkele drinkbekers
Enkele voorbeelden van drinkbekers in rood aardewerk.

Andenne aardewerk

Dit type aardewerk wordt genoemd naar het stadje Andenne aan de oevers van de Maas. Hier ontstonden rond 1075 een ganse reeks ateliers waar hetzelfde type aardewerk werd gemaakt. Andenne wordt vervaardigd uit klei die zeer fijn en wit is. Na het bakken krijg je wit tot lichtroze aardewerk met een zeer fijne structuur. De meeste Andenne heeft een band van glazuur rondom de rand, zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant. Dit glazuur is kleurloos en geeft de geglazuurde delen van de pot een licht groen gelige tint. Een ander zeer typisch kenmerk van Andenne aardewerk is de manchetvormige, ondersneden rand. Als je de rand van opzij bekijkt, hangt hij als het ware naast de pot en is hij meestal van onder uit lichtjes naar boven gedrukt.

Volksaardewerk

Vrijwel elk dorpje van enige omvang had zijn eigen pottenbakker die in een kleine oven en met plaatselijke grondstoffen aardewerk vervaardigde voor de eigen bevolking. Dit aardewerk werd ook wel over een beperkte afstand vervoerd en enkele dagreizen verderop verkocht. De kleur wordt bepaald door de kleisoort die ter plaatse in de grond zit. Wit en geel aardewerk komen bijvoorbeeld van de Maasvalei. Meestal worden de kleine potten en kommen hieruit gemaakt. Als er glazuur aangebracht wordt, is deze wit, geel of groen.

Een Brugse kan
Een rijkversierde kan uit Brugge.

Steengoed

Het steengoed wordt in de dertiende eeuw behoorlijk populair. Steengoed wordt nog steeds van klei gemaakt, maar wordt zo heet gebakken dat de klei versintert of verglaast en uit zichzelf nagenoeg waterdicht wordt. Je krijgt zeer harde, haast glasachtige voorwerpen van zeer hoge kwaliteit. De geschikte klei komt niet overal voor. Steengoed wordt vooral in het Rijnland en het Westerwald gemaakt en over land tot in Vlaanderen ingevoerd. Naar het eind van de veertiende eeuw wordt het steengoed geglazuurd met een kleurloze laag zoutglazuur. In onze periode is dit minder frequent en wordt het al eens bedekt met een ijzerhoudende glazuur die het aardewerk paars of bruin kleurt.

Steengoed wordt aangeduid met de naam van de stad of streek waar het vervaardigd werd. Zo heb je bijvoorbeeld Langerwehe, Raeren en Sieburg. Het is een luxeproduct dat omwille van zijn zeer goede waterdichtheid gebruikt wordt voor bekers, kruiken en ander drinkgerei. Steengoed gebruik je om aan tafel mee te pronken en om op je beste schap uit te stallen. Het zou immers zonde zijn dat je in je beste aardewerk gaat koken.

Overige Import

Zeer veel aardewerk werd geďmporteerd uit de ons omringende landen. Dit aardewerk is in vele gevallen netjes en zorgvuldig afgewerkt en geglazuurd en hoort wellicht thuis op het schap van de betere families. Uit Elmpt en Brüggen in het Heilig-Roomse Rijk werd bijvoorbeeld aardewerk ingevoerd met een typische blauwgrijze kleur.

Een authentiek voorbeeld

Klik hier voor een voorbeeld van een vroeg 14de eeuwse kruik in grijs aardewerk uit Brugge.

Naar boven.
Terug naar begin van de pagina.

Volgende pagina.
Naar de volgende pagina.

Vorige pagina.
Naar de vorige pagina.























Email
Email ons!
Look at this page in English language.


Copyright op tekst, beelden en foto's bij Joris de Sutter, tenzij anders vermeld.
Deze informatie wordt ter beschikking gesteld door De Liebaart en werd laatst vernieuwd op 30 Januari 2002.